strange (1)25 July 1908, Tunguska Lights.

"The Light-Night". Under this title, the Hbl. an explanation of the so much discussed strange air phenomenon in the last nights of June. The director of the Meteorological Institute in De Bildt considered the light produced by Jessesche night clouds to be very high (up to 83 KM) of floating clouds that may be made of volcanic matter. 

The scholar then explained the light by refraction from the rays of the sun that had long since subsided. Dr. Schoute, also associated with that Institute, attributed the phenomenon to refraction by an abnormally large number of bending bodies, either dust and ice, and at the same time a strong reflection against these airborne particles. The writer of the relevant Hbl article considers these two statements to be unacceptable. The first, because such a large number of volcanic dust particles can only occur after a violent eruption. And nothing of this kind is known. That there would be a volcano in high northern regions, which would have given the effect, can not be assumed. Partly for the same reason he also rejects Dr Schoute's statement.Coming from so much ice in the atmosphere would immediately be noticed by unusually many circles and wreaths around sun and moon. This has not been noticed. The explanation, which the author himself gives, is based on completely different grounds. However, he also builds a hypothesis, namely that the soil in the northern regions of the earth contains radium or thorium. Both these substances are constantly in a state of change. One of the change products, which is a gas formation, is the emanation. The warmer it gets, the more emanation arises, to a certain limit. If it gets even warmer then nothing will be separated. At the low temperature the emission of emanation only takes place very slowly. However, the change of radium in emanation continues. So there is an accumulation in the radium, and that is naturally the greater as the radium grows older, and as the causes, which impede the radiation, work longer and more powerfully. However, if these counteracting causes cease to exist and are replaced by cooperating, then a stormy development and emanation of emanation occurs. Helium is then also developed in large quantities. In the month of June the air was abnormally sharp and clear. The solar radiation was therefore also very large, and this strongly influenced emanation and helium. With the abnormally long and intensive brightness in June of this year, this radiation must also have been abnormally large. The air is brought into a state of electrical tension by this radiation. If that voltage has reached a certain limit value, then they turn into a light phenomenon. In the thunderstorm with short, heavy discharges, the lightning; in other cases slower and more persistent, such as St. Elmo's fire, in this special case, according to the writer's conviction, in the soft, shiny, calm air of that June night. In the day, of course, such light can not be noticeable by the brighter sunlight.

Original text plus Dutch clipping:

"De Lichtnacht". Onder dien titel wordt in het Hbl. een verklaring gegeven van het zo veel besproken merkwaardig luchtverschijnsel in de laatste nachten van juni. De hoofddirecteur van het Meteorologisch Instituut in De Bildt achtte het licht teweeggebracht door z.g. Jessesche nachtwolken, dat zijn zeer hoog (tot 83 K.M.) drijvende wolken die misschien uit vulkanische stof bestaan. Bedoelde geleerde verklaarde dan het licht door breking van de stralen der reeds lang ondergegane zon. Ook dr. Schoute, eveneens aan dat Instituut verbonden, schreef het verschijnsel toe aan breking door een abnormaal groot aantal buigende lichamen, hetzij dan stof en ijs, en tegelijkertijd een sterke terugkaatsing tegen deze in de lucht zwevende deeltjes. De schrijver van het betreffende Hbl artikel acht deze beide verklaringen onaannemelijk. De eerste, omdat zulk een groot aantal vulkanische stofdeeltjes alleen kan ontstaan na een hevige uitbarsting. En van zo iets is niets bekend. Dat er in hoge noordelijke streken een vulkaan zou bestaan, die genoemde werking zou hebben verricht, is niet aan te nemen. Ten dele om dezelfde reden verwerpt hij ook de verklaring van dr. Schoute. En het voor. komen van zoveel ijs in de atmosfeer zou dadelijk opgemerkt zijn door ongewoon veel kringen en kransen om zon en maan. Dit nu is niet opgemerkt. De verklaring, die de schrijver zelf geeft, berust dan ook op heel andere gronden. Ook hij bouwt echter een hypothese op, nl. deze, dat de bodem in de noordelijke streken der aarde radium of thorium bevat. Deze beide stoffen verkeren voortdurend in een toestand van wijziging. Een van de wijzigingsproducten, en wel een gasvorming, is de emanatie. Hoe warmer het wordt, hoe meer emanatie ontstaat; tot op een zekere grens toe. Wordt het dan nog warmer, dan wordt er niets meer afgescheiden. Bij de lage temperatuur heeft de uitstraling der emanatie slechts heel langzaam plaats. De wijziging van radium in emanatie gaat echter door. In het radium ontstaat dus een opeenhoping, en die is natuurlijk des te groter, naarmate het radium ouder is, en naarmate de oorzaken, welke de uitstraling belemmeren, langer en krachtiger werken. Houden die tegenwerkende oorzaken echter op, en worden ze door meewerkende vervangen, dan treedt een stormachtige ontwikkeling en uitstraling van emanatie op. Ook helium wordt dan in grote hoeveelheden ontwikkeld In de maand juni nu was de lucht abnormaal scherp en helder. De zonnestraling was dus ook bijzonder groot, en dit werkte de uitstraling van emanatie en helium sterk in de hand. Bij de abnormaal lange en intensieve helderheid in juni van dit jaar moet die uitstraling nu ook abnormaal groot geweest zijn. De lucht wordt door deze uitstraling in een staat van elektrische spanning gebracht. Heeft die spanning een bepaalde grenswaarde bereikt, dan uit ze zich in een lichtverschijnsel: Bij het onweer met korte, hevige ontladingen, de bliksem; in andere gevallen langzamer en meer aanhoudend, zoals het St. Elmusvuur; in dit speciaal geval, volgens des schrijvers overtuiging, in het zachte, glanzende, rustige lucht van dien juni nacht. Op den dag kan natuurlijk zulk licht niet merkbaar zijn door het fellere zonlicht.

Source: Hepkema's courant, 25 Jul. 1908.

25 07 1908 tunkstan explosion explanation

Share AwE130 Articles